woensdag 18 september 2019

VrijLinks, het kind en het onderwijs

Deel 4 in de serie over de strijd om de ziel van de Europese democratie

In de debatten over de (nationale) identiteit, de intersectionaliteit en de democratische grondrechten had ik gisteren een interessante aanvaring met enkele hoofdrolspelers van Vrij Links.
Dat is niet erg. Helderheid en verscheidenheid brengen de zaak van de grondrechten en de vooruitgang verder.
Zelf maakte ik op twitter een nogal slordige aanmerking op een interview van Marieke Hoogwout met twee landgenoten die de islam verlaten hebben.

Dat had ik beter niet kunnen doen. Waar de aanhangers van Vrij Links het individu stellen tegenover het groepsdenken, was ik voor enkele twitteraars ineens geen tweep meer, maar een regressief-GroenLinkser. Iemand uit een -verwerpelijke- categorie. "For the sake of argument" ga ik niet verder in die pot roeren. Het ging mij om de volgende passage in het interview:
"Ik ben tegen élk bijzonder onderwijs. Omdat ook op andere bijzondere scholen kinderen hoe dan ook op een bepaalde manier beperkt worden – misschien minder opzichtig, misschien met een vriendelijker masker".
(Citaat uit het interview). En het bijbehorende voorstel:

"Bijzonder onderwijs zou ter discussie moeten staan. De overheid moet de rechten van elk kind borgen om zich vrij te kunnen ontwikkelen,en niet geïsoleerd op te groeien. Alle kinderen in Nederland hebben gelijke rechten en vrijheden; de lat moet niet ‘lager’ liggen voor kinderen in (streng-)religieuze gemeenschappen. De ouders kunnen in de opvoeding thuis hun religieuze waarden meegeven".
Wat ik had moeten aanmerken is dat ik dit een slordige wijze van denken vind en een zwak gefundeerd idee. Dan hadden we wellicht een normaal gesprek gehad.



 Eerder heb ik een uitvoerige beschouwing gegeven over de vrijheid van onderwijs conform artikel 23 Grondwet. Marieke Hoogwout zegt nu dat ik daarin het kind over het hoofd zie.

Welnu, ik ben socioloog, geen docent of pedagoog-didacticus.

 In die hoedanigheid heb ik wel een mening over waar kinderen het best tot hun recht komen.  Toen ik met de specialisatie onderwijs-sociologie begon was ik een fan van "Het Verborgen talent" van Van Heek. Ik vond het ontroerend dat zoveel kinderen niet waar konden maken wat ze in huis hadden, maar dat daar dus oplossingen voor waren!         


En ik ben een groot voorstander van openbaar onderwijs, omdat dat ontmoeting borgt en een lerende omgeving faciliteert voor kinderen uit uiteenlopende achtergronden en levens-beschouwingen. Mijn meest elementaire en essentiële bezwaar tegen wijziging of afschaffing van artikel 23 en de vrijheid van onderwijs is dan ook dat het een einde maakt aan het openbaar onderwijs. Wie ook maar enigszins de voorgeschiedenis van de pacificatie van 100 jaar geleden kent, zal dat met mij eens zijn.
Geen kind wordt beter van zo'n systeemwijziging, je lost er de segregatie niet mee op en het heropenen van de schoolstrijd kost energie die een betere zaak waardig is.




donderdag 12 september 2019

Withuis en het identiteitsmisverstand

Deel 3 in de serie over de "Culture Wars" in Europa




Afgelopen zaterdag publiceerde NRC een Lezing van Jolande Withuis ter gelegenheid van de presentatie van het nieuwe boekwerkje witte schuld van Elma Drayer. Withuis is er, niet heel verrassend, nogal enthousiast over. Zij lardeert haar betoog met vele kleurrijke herinneringen aan haar communistische opvoeding en aan de plek die Politiek Correct taalgebruik ook toen innam. Voorbeelden als "Fascistische Contrarevolutie" in plaats van "Hongaarse Opstand" of van "Koloniale Oorlog" vs "Politionele Acties" moeten dit illustreren.

Bij La Drayer zelf lijkt het niet alleen te gaan om Antisemitisme als scheidslijn. Uiteraard ook om de zogenaamde "Identiteitspolitiek" waarmee auteurs als Meulenbelt en Wekker haar gram opwekken. Stenen des aanstoots zijn natuurlijk de usual suspects, van "Blackface"-activisten tot Burqa-verdedigers. Withuis onderschrijft het van harte: het individu en diens -niet vastliggende- identiteit mogen niet kopje-onder gaan in de nieuwe subcultuur-groepsdwang.


Nu ben ik niet ongevoelig voor de verwijten aan de sektariërs ter linkerzijde, met hun "Veilige Ruimtes" en hun "Slachtoffer-verheerlijking". Men hoeft slechts even rond te surfen in de schrijfsels van Meijerink en Van Zeijl van de Grauwe Eeuw om te weten hoe wereldvreemd het gedachtegoed in die hoek is.
Daarin kan ik Withuis en Drayer dus nog wel volgen. Wat mij bevreemdt is dat de kritiek zo eenzijdig tegen de BIJ1 mensen en overige antiracisten gericht is.

Ik zou de stelling aandurven dat de radicaalrechtse identiteitspolitiek van de AfD, het Rassemblement National en het Forum voor Democratie een stuk bedreigender is voor de rechtsstaat in het algemeen en -in Nederland- voor artikel 1 van de Grondwet in het bijzonder.

Ik denk dan ook dat de energie en de passie van beide auteurs een beter podium en een evenwichtiger doel verdienen.