zondag 24 juni 2018

Het Vrouwelijk Gelaat van God





Recensie van nieuwe roman van Peter Strobosch *)


Met zijn romandebuut ‘Het vrouwelijk gelaat van god’ levert Peter Strobosch een spannend en met vaart geschreven boek af. Voor de beoefenaar van het zijnsgeoriënteerde  pad van levenskunst is helder dat in elk hoofdstuk de inspiratie van dat pad doorklinkt. Er is de meditatieve opening, de gestalte-afstemming, de wachter en het offer, de onthechting en toe-eigening van het verlangen en de herkenning van het al-verlicht en om-te-beginnen gelukkig zijn. Toch houdt de auteur zich verre van enig jargon. De term Zijnsoriëntatie komt er dan ook niet in voor.  Het taalgebruik is barok, beeldend en hartstochtelijk, invoelbaar. De  woorden zijn  onbevangen en fris.





Allegorie

Het is een meerlagig, en uiteindelijk ook allegorisch verhaal. Aan de oppervlakte lees ik bijvoorbeeld aanvankelijk een sterke erotische aantrekkingskracht van Clara op de ik-figuur. Maar al gelijk is duidelijk dat deze Jacob geraakt wordt in een brandend verlangen naar een diep spirituele eenheid.
Er is de secundaire verhaallijn waarnaar ik aanvankelijk zat te raden: wat komt die Hollander eigenlijk doen daar, in Ecuador? Welnu, zijn vriend Oscar opzoeken en ondersteunen  met zijn verse publicatie over een nieuw links-ecologisch-interconnected-lokale beweging. Oscar, tevens een voormalig collega, houdt in de hoofdstad een gloedvolle presentatie waarin hij oproept tot een vooruitstrevend en spiritueel, integraal nieuw paradigma:

“In een vlammend betoog spiegelde hij zijn publiek (…) een maatschappij op basis van ‘het ontwaken van de menselijke geest’, (…) geen jarenzestig-solidariteit, maar een cultuur van compassie die als vanzelf voortvloeit uit het besef dat alles met elkaar is verbonden (…); was het geen tijd om nieuwe wegen in te slaan en ons het onvoorstelbare voor te stellen?”(p. 155)

Mij raakt – en dat is de dominante laag - vooral de ontwikkelingsgang van Jacob. Hij is de hoofdpersoon die Latijns-Amerika liefheeft vanuit een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Hij beweegt zich naar een veel ruimer ‘Altijd al Interconnected’ perspectief. De linkspolitieke inslag, de affiniteit en het engagement waarmee Jacob en zijn vriend Oscar de Ecuadoriaanse gemeenschappen bejegenen, blijkt tekort te schieten; het smeulende verlangen, dat de drive van Jacob bepaalt, laat hem uiteindelijk uit een mystieker vaatje tappen.

 

Natuurmystiek

De roman is opgedeeld in deel I getiteld ‘Clara’ en deel II ‘Jacob’. Dat doet een liefdesgeschiedenis vermoeden; is het dat ook? Ja en nee.
De hoofdpersoon van de roman, Jacob, is een beetje vastgelopen en heeft onvoldoende contact met wat hij vermoedt dat zijn diepere wezen en innerlijke leiding zijn.
Jacob bivakkeert aan de kust van Ecuador. Logeert in een strandhuis van vriend Oscar, geniet van de wind en de vrijheid.

Hij heeft sinds ongeveer een jaar leren mediteren en tijdens een wandeling langs het strand in de vroege ochtend treft hij bij verrassing, in iets dat lijkt op een visioen, een inheemse vrouw.  Zij baadt in een uitloper van de zee en heeft een bijna magische aantrekkingskracht op hem.  Stel je bij de vrouw die verschijnt het beeld voor van ‘De geboorte van Venus’ van Botticelli, maar dan inheems, half indiaans, een goddelijke vrouw die Clara blijkt te heten.
Jacob wordt niet zozeer verliefd op deze Vrije Seksuele Oervrouw [mijn beeld, jg], hij raakt in haar ban:

“In vervoering stond ik daar, niet in staat me te bewegen, met een brok in mijn keel en tranen die brandden achter mijn ogen. Tranen om wat? Tranen omdat ik geraakt was door het goddelijke dat haar omringde? Tranen omdat ik vrouwelijke schoonheid in haar zuiverste vorm mocht aanschouwen? Of borrelden ze op uit de diepten van mijn levensvragen waarmee het zien van deze vrouw mij confronteerde?” (p. 12).

Zij wijdt hem, in de ontmoetingen die volgen, als het ware in in wat ik in navolging van Wilber natuurmystiek noem; Clara vertelt hem over haar harts- en zielsvriendschap met de mededogende en ernstig zieke Chileense activiste Gaby. Zij voert samen met Jacob een sacraal exotisch ritueel uit als blijkt dat Gaby is 'overgegaan'.
Later vertelt Clara Jacob over haar eerdere diep-mystieke eenheidservaring in het hooggebergte:

(Ik) “zweefde mee in de sierlijke bewegingen, was een met deze koninklijke vogels die op hun beurt weer een waren met alle dingen om ons heen (…) een gewaarzijn van totale lichtheid een onmiddellijk ervaren en weten (…) dat alles gemaakt is van dezelfde universele tintelende en transparante substantie (…) Liefdessubstantie”(p. 67).

Aan het slot van deel I genieten Jacob en Clara van de voor hem bijna mystieke klanken van Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Zij geraken in een gepassioneerde en voor Jacob bevrijdend-verlichte dans op deze muziek.
Als Clara onverhoeds verdwijnt doet dat niet alleen pijn in het hart, maar echt fysiek zeer.

 

De Queeste: ontwaken

In het tweede deel wordt duidelijker dat het in zekere zin om een allegorie gaat. Jacob ontdekt in het najagen van Clara die zijn hoofd, hart en ziel op hol gebracht heeft dat zijn verlangen naar hereniging met haar hem thuisbrengt bij zijn essentiële non-duale aard, vrij van hoop en vrees.
Vooral in deel II wordt het verhaal lastiger samen te vatten als gevolg van de vele plotwendingen die ik hier niet wil verraden. Mede om die reden gebruik ik citaten ter illustratie.
In deel II is Jacob aanvankelijk vruchteloos op zoek naar Clara, die op enig moment naamloos wordt en geleidelijk de gestalte van de maan lijkt aan te nemen – er is sprake van ‘zij’ en ‘haar’; van een ‘vrouwelijk gelaat’ dus.

Jacob doorstaat op zijn tocht intense beproevingen en louterende, bijna-doodervaringen. Zo wordt hij na een plots opdoemend natuurgeweld dat hij ternauwernood overleeft, belangeloos opgevangen door een eenvoudige wijze oude man.

Ook een jong meisje blijkt vervolgens een gestalteachtige verschijning die hem transpersoonlijke boodschappen openbaart; en ook op andere wijze ondergaat Jacob openende sensaties. Hij vertelt bijvoorbeeld na een ontmoeting met een mythisch dier als gestalte:

“Gelijkmoedig keek ik uit over het lege en serene landschap van de zee, onmetelijker en van een helderder blauw dan ooit. Speels trok de zon ragfijne zilveren linten door het water. De wereld was precies zoals hij op dit moment moest zijn (…). Wat een contrast. (…) Altijd maar hard werken en proberen succesvol te zijn, vanuit de aanname dat alleen de resultaten van mijn handelen me tot ‘iemand’ maakten.”(p. 87)

Op het spoor gezet van Gustavo, de spiritueel leraar van Clara, blijkt deze onbereikbaar te zijn (!) waarop Jacob zich meldt bij de sjamanistisch boeddhist Manuel. Een bijzondere man en retraiteleider die hem uitnodigt voor een inheems ritueel met een groep mannen uit de hoofdstad en haar omgeving. Met een deel van deze mannen trekt hij uiteindelijk voor een eenzame retraite de bergen in, waarbij hij tot bevrijdend zicht komt.


“Waarom heb je me verlaten?” vroeg ik.
“Ik heb jou nooit verlaten, Jacob”, antwoordde ze met een uitdrukking vol van Liefde op haar gezicht; “ik was er altijd maar je was te verblind om mij te zien” (p. 213)

Open eind?

Bij sjamanisme krijg ik doorgaans wat kriegelige associaties; om die reden haak ik bijvoorbeeld bij Paulo Coelho of De Celestijnse Belofte van James Redfield meestal af. Maar hier wordt op een veel opener en integere transpersoonlijke wijze de al-verlichte ruimte betreden.
Het einde heeft aanvankelijk voor mij iets verwarrends. Later besefte ik dat het juist nieuwsgierigheid bij de lezer wekt door het verhaal zo af te ronden dat het op de ene laag een einde heeft dat veel te raden laat, terwijl het op de andere laag uitgelegd kan worden als een ‘Happy End’.
  

Over de auteur



Na zijn studie agrarische sociologie werkte Peter Strobosch (1950) 20 jaar met rurale gemeenschappen en boerenorganisaties in Latijns-Amerika; hij heeft m.i. niet alleen een beroepsmatige maar ook een hartconnectie met de mensen op dit continent.
Ik heb Peter als medestudent van Hans Knibbe op diverse plekken binnen de School voor Zijnsoriëntatie ontmoet, zowel in workshops en trainingen als bij gemeenschappelijke platforms en conferenties.  












*)  Deze recensie verschijnt eind juni 2018 tegelijkertijd in De Cirkel  - Tijdschrift voor Zijnsoriëntatie (jaargang  2018, nr. 56)  Het vrouwelijk gelaat van god (Amersfoort, 2018) is uitgegeven in eigen beheer. ISBN 9789082773804. Te bestellen via de auteur: www.peterstrobosch.nl

woensdag 6 december 2017

Vrijheid van Onderwijs afschaffen? Denk na!



DE VERZUILING VOORBIJ - EVENALS DE SCHOOLSTRIJD

Staat de vrijheid van onderwijs onder druk? Als we historicus en Amsterdams lijsttrekker Rutger Groot Wassink mogen geloven is dat de bedoeling.
Hij kreeg een passage in het landelijk verkiezingsprogramma van GroenLinks voor elkaar die in mijn ogen de geschiedenis dunnetjes wil overdoen. De Linker Wang besteedde er een paar maanden geleden een conferentie aan, waar Siebren Miedema (afb)  een wijze, maar ook radicale inbreng had. http://www.linkerwang.nl/CMS/wp-content/uploads/2017/09/DLW-oktober-nr.4_2017-10.pdf
 

Allereerst spreek ik mijn waardering uit voor zijn poging om licht te werpen op een herziening van artikel 23 Grondwet. Minder gelukkig ben ik met de door Miedema voorgestelde oplossing. De streefrichting en de strekking van zijn ideaalbeeld (om niet te zeggen “Utopie”) kan ik nog wel delen, althans begrijpen en respecteren.

Ik zie echter niet hoe zijn “… ideaal (…) om elke school binnen een monistisch stelsel een unieke school-in-context te laten zijnons ook in praktische zin “voorbij het duale stelsel” zou kunnen leiden. Om het maar boud te zeggen: deze oplossing leidt in mijn ogen tot het tegendeel van de congresuitspraak, namelijk afschaffing van het openbaar onderwijs, al zegt Miedema dat niet met zoveel woorden. Of, met andere woorden, van de regen in de drup.


HAMVRAAG


Maar welk probleem lost een herziening van artikel 23 eigenlijk op?
 
Christian Jongeneel zegt over het oorspronkelijke amendement van Groot Wassink cs (afb) op zijn blog van 18 december 2016 het volgende:
“Het is een behoefte aan monocultuur waar ik weinig mee heb. Wat mij betreft financiert de overheid deugdelijk onderwijs, ongeacht de grondslag. Die blindheid voor religieuze achtergrond is de pluriforme Nederlandse invulling van de scheiding tussen kerk en staat. De overheid dwingt geen secularisme af, maar geeft zoveel mogelijk ruimte aan haar burgers. Dat is geen vrijheid die “niet van deze tijd” is. Het is de kern van een open visie op de multiculturele samenleving die haaks staat op de confronterende Franse toon.”
Hij beschouwt de congresuitspraak als een bedrijfsongeval; en daar kan ik hem geen ongelijk in geven.  http://www.christianjongeneel.nl/2016/12/groenlinks-relifobie/  

Er bestaan immers al bekostigingsvoorwaarden en deugdelijkheidseisen aan alle scholen gelijkelijk (openbaar en bijzonder “op dezelfde voet”). Die kunnen ook binnen de bestaande grondwettelijke kaders behoorlijk opgerekt worden. Herziening van artikel 23 is in die zin een paardenmiddel (en ook nog eens overbodig).
Zo kunnen we ook nu al afdwingen dat strenge Islamitische- of PC-scholen LGBT-leraren niet discrimineren.
Anderzijds zijn ook nu al openbare scholen veelvormig in pedagogisch-didactisch opzicht: sinds jaar en dag bestaan er openbare Montessorischolen, Dalton- en Freinetscholen. Dat bestond al decennia en is niet pas mogelijk sinds het bestuur van gemeenten is overgeheveld naar publiekrechtelijk geregelde stichtingen. Dus openbaar onderwijs als grauwe staatspedagogische eenheidsworst of als kil-neutraal vluchtheuvelonderwijs is altijd al een karikatuur geweest. .

 VOORBIJ VERZUILING
De crux van mijn bezwaar tegen Miedema’s betoog schuilt echter in de volgende passage:
“Met het oog op deze ontwikkeling (van integraal gemeentelijk- naar stichtingsbestuur, jg) binnen het openbaar onderwijs zou ik niet, zoals in het GroenLinks amendement, willen pleiten voor algemeen openbaar onderwijs, maar lijkt het me logischer de verdere verbijzondering van ons stelsel als uitgangspunt te nemen”.
Jongeneel lijkt in de aangehaalde weblogdiscussie geneigd tot dezelfde principekeuze. (“Als je het me principieel vraagt, vind ik eigenlijk dat al het onderwijs bijzonder zou moeten zijn. Dat komt omdat ik niet geloof in waardenvrij onderwijs.”).
Natuurlijk bestaat er geen waardenvrij onderwijs. Niet voor niks schrijft de nieuwe coalitie in het regeerakkoord dat de kerndoelen worden bijgesteld. Die gelden als centrale waarden voor alle scholen, van welke denominatie ook.
Maar mijn keuze wat betreft verbijzondering van alle scholen is een andere, namelijk om tussen de Scylla van Groot Wassink cs (afschaffen bijzonder onderwijs) en de Charybdis van Miedema en Jongeneel (afschaffen openbaar onderwijs) door te zeilen. Ruim drie decennia geleden deed ik daartoe een voorstel op het programcongres van de CPN, dat werd aangenomen. Het luidt als volgt:




SCHOOLSTRIJD VOORBIJ
Welnu, de eerste twee punten zijn behoorlijk gevorderd. Het laatste helaas niet, maar dat kan veranderen als er een kwalitatief goede en algemeen toegankelijke samenwerkingsconstructie wordt gevonden voor de laatste school in dorp of wijk.

Als we nu ook nog de afrekencultuur (die voortkomt uit Lumpsum en Deregulering) kunnen ombuigen naar meer zelfsturing voor de scholen en vertrouwen in hun professionaliteit en effectiviteit, dan komen we een eind.

Wat dat betreft eens met Miedema: “Onderwijsvrijheid impliceert namelijk per definitie ook het publiekelijk willen afleggen van maatschappelijke verantwoordelijkheid”, mits een en ander zodanig vorm krijgt dat lerar(ess)en met hun kerntaken bezig kunnen zijn in plaats van dagen lang formulieren en dossiers vullen.

Mijns inziens zijn er tekenen dat het de goede kant op kan gaan. Het nieuwe regeerakkoord biedt daartoe ruimte, evenals de stellingname van de GroenLinks fractie van 22 december 2016 https://groenlinks.nl/nieuws/vier-vragen-over-herziening-vrijheid-van-onderwijs en het verse akkoord van GroenLinks met SP en PvdA van 31 oktober 2017 (verlaging werkdruk) https://www.sp.nl/sites/default/files/gezamenlijk_voorstel_sp_pvda_groenlinks.pdf.

Tenslotte  verwacht ik dat ook de soep van de secularisatie op de middellange termijn niet zo heet gegeten wordt. De mens is immers ongeneeslijk spiritueel en  de maatschappij tendeert naar een open netwerksamenleving. Daarin zal de vrijheid van onderwijs verbeteren waardoor de mal van artikel 23 vanzelf weg erodeert. Dat dat nog decennia duurt vind ik niet erg. We zijn creatief genoeg om het zelf op te lossen zonder de schoolstrijd van 100 jaar geleden nog eens over te doen.

Over het spontaan eroderen van artikel 23 - meedenken  met Miedema

Op een eerdere versie van dit blog ontving ik desgevraagd commentaar van Siebren Miedema, hij merkt het volgende op: 

Beste Johan,

Ik heb jouw reactie met interesse gelezen. Daarvoor dank.

Dat ik het openbaar onderwijs niet om zeep wil helpen, mag ook blijken uit de zeer positieve reacties die ik kreeg op een verhaal van gelijke strekking dat ik hield bij de expertmeeting van VOS/ABB op 21 maart j.l. in Woerden in het kader van het toekomstconcept SCHOOL!GIDS. De kopstukken van het openbaar onderwijs waren overtuigd van mijn bedoeling om elke school in context alle mogelijkheden te bieden om zich in den brede te positioneren en dat samen als dragers en vragers. Ze vonden ook dat mijn ideeën goed sporen met hetgeen met het concept SCHOOL! nagestreefd wordt. Ik heb het dus over de brede pedagogische vormgeving van scholen. Scholen  die ook bereid zijn kond te doen van wat ze willen, doen en wat de invloeden zijn van wat geoogd wordt.

Van zeer veel – onverdachte - kanten kreeg ik de opmerking: “Waarom is dit niet veel eerder zo aangepakt? Dit is heel duidelijk, praktisch en uitvoerbaar.” Mijn antwoord daarop luidde en luidt: “Omdat er te veel groeps- en bestuursbelangen waren en zijn en men het pedagogische doel van de school niet tot uitgangspunt neemt”. Dat laatste is mijn inzet en die wordt meestal zeer goed begrepen.
Link naar zijn site: http://www.siebrenmiedema.com/

       

zondag 1 november 2015

Marianne Williamson at the 2015 Parliament of the World’s Reli...

FULL BODY CHILLS.“Living a meaningful life is not a popularity contest. If what you’re saying is always getting applause, you’re probably not yet doing the right stuff.” — Marianne Williamson

Posted by Jordan Bach on zondag 25 oktober 2015

donderdag 20 november 2014

Pechtold ingehaald door Van Ojik?

Maar weer eens wat aan het stoeien met de verkiezingsuitslagen. Volgens Peilingwijzer
staat D66 op 22 en GroenLinks op 6 Tweedekamerzetels. Maar gisteren haalde D66 16 gemeenteraadszetels en GroenLinks 10. En dat was in maart nog landelijk ruim 800 tegen minder dan 400, respectievelijk. Vreemd dat de media dit niet oppikken. Van Ojik is Pechtold aan het inhalen.

vrijdag 3 oktober 2014

Uit het archief: Beeldvorming rond JP Coen zomer 2011

Beeldvorming JP Coendebat 1987 – 2011

Mijn inleiding bij de gemeenteraad vandaag, 12 juli:
Ik was in 1987 oprichter van de initiatiefgroep Dispereert niet – ik spreek op persoonlijke titel

Voorzitter, leden van de Raad
In de communicatietrainingen die ik geef is beeldvorming een belangrijk onderwerp. Daar gaan mijn bijdrage en mijn beroep op de Raad over.
Wie wij zijn, onze identiteit, is nauw verbonden met onze mythes en onze helden. Zo verklaar ik in elk geval de heftige reacties op de voorstellen die vandaag voorliggen rond het standbeeld op het Roode Steen.

Wij waren en zijn trots op onze kracht in de zeevaart en de handel.
Het is dus niet zo raar dat begin 1987 de 400-ste verjaardag van JP Coen gevierd werd met een gloednieuwe munt, geslagen door de toenmalig burgemeester. Met Coen, een fluitschip en het opschrift Om gerechte Coophandel te drijven.
Daarbij tekende burgemeester Janssens aan dat Coen geen lieverdje was, maar dat je hem in zijn tijd moest zien en dat de normen toen anders waren.

Daar heb ik nog wel twee leuke voorbeelden van.
Ik ging naar Aarhus en zag in het Deense museum eerzame kooplieden op handelsmissie, daar waar in onze schoolboekjes de invallen van de noormannen van meer dan 1000 jaar geleden toch geen theekransjes waren.
Ik zag in het spaanse Salamanca het praalgraf van de hertog van Alva, met zijn 10e penning voor ons de aanstichter van de 80 jarige oorlog, maar in Salamanca? Zo’n peer!

Kortom, elk land en iedere tijd zijn zelfbeeld. En zo hebben wij ook onze Coen-mythe, in de woorden van Colijn “Daar wij niet vergeten dat het de almachtige God is die in het leven van een volk mannen als Coen doet voortkomen om zijn wil op aarde te volbrengen”. En in dat beeld past dat in diezelfde tijd het kritische toneelstuk van Slauerhoff over Coen 30 jaar lang verboden bleef.

En in dat beeld ben je geen echte Horinees als je ook maar met een vinger naar JP Coen wijst. Ik haal slechts een internetbijdrage aan in reactie op het burgerinitiatief: “Hoeveel geboren en getogen waarachtige Horinezen zouden hun handtekening onder dat (digitale?) vod gezet hebben? Ik ken er geen!”

Toch was dat beeld al in 1987 aan het kantelen; rond de 400-ste verjaardag van Coen was er een breed maatschappelijk appel om de schaduwzijde van Coen voldoende aan bod te laten komen; dat liep van buurthuis tot bibliotheek en van vakbond tot vrouwenhuis.


Ik beschouw het voorstel van huidig B&W en ook het idee van Franke en Wolff als een stap vooruit, in de geest van J&A Romein, die betoogden dat als je het stichten van Batavia, dat ons geen windeieren heeft gelegd, als Coen’s doelbewuste daad geëerd wil zien, je ook het bijbehorende prijskaartje hebt te aanvaarden, nl. de vloek van duizenden ongelukkigen.

Het zou de Raad m.i. sieren dat - als het beeld niet verhuist - er een zo breed mogelijk draagvlak is voor een veelzijdige toelichting op het standbeeld; waarmee duidelijk is wie wij zijn: echte Horinezen, die trots zijn op hun fluitschip en hun handelsgeest en die de daden van Coen in hun reele proporties zien.
Geplaatst door Johan Goossens op 7/13/2011 12:10:00 AM

zaterdag 7 september 2013

Oorlog en vrede

De vrede van Christus zij met u! Zo begroeten de nonnen en monniken de pelgrims en andere bezoekers van de basiliek. Het is lunch tijd. Maar in Vezelay is iets anders belangrijker. Er dreigt internationalisering van de oorlog in Syrië. Paus Franciscus heeft opgeroepen tot een dag van gebed voor vrede in Syrië en het Midden Oosten. Het is tenminste iets na de machteloze veiligheidsraad (waarvan ik niet veel heb meegekregen verder). Dus ik ben er bij. Trouwens, het is geen straf om de mis, vespers en andere spirituele momenten mee te maken in dit mystieke Romaanse godshuis. De gezamenlijke mantra's - psalmen heet dat hier ;) -  worden zo prachtig gezongen, werkelijk balsem voor de ziel. Maar toch zijn de tijden wel veranderd. Op deze zelfde plek riep een kleine 800 jaar geleden de heilige Bernhardus op tot de kruistocht. Zijn speech is verloren gegaan; maar die moet zo begeesterend zijn geweest dat van elke 7 mannen er slechts een niet ten strijde trok. Met desastreuze gevolgen. We zullen maar zeggen dat er dan toch nog iets geleerd is in de loop der jaren. Overigens was het leuk hier andere pelgrims te treffen, onder wie een gepensioneerde Italiaanse en een Brabantse onderwijzer. De landgenoot was op dezelfde dag vertrokken (uit NL) als ik en de Italiaanse was de eerste pelgrim die hij in al die tijd tegenkwam. Zo zie je maar weer. Gedeelde smart is halve smart.
PS1 De foto geeft het zicht op de Basiliek vanuit mijn herberg.
PS2 morgen arriveert Lida om een stukje mee te lopen richting Nevers. Zou zomaar kunnen dat het op dit blog dan nog wat stiller wordt ;-)

dinsdag 3 september 2013

Onderweg tegengekomen

Zowaar, daar kwam hij uit de lucht vallen. Nou, niet helemaal. Hij zat er al toen ik kwam aanlopen. De eerste mede pelgrim in Frankrijk. Ik was nog niet toe aan rustpauze maar hij wel. Dus toch even een praatje gemaakt, al kon ik hem helaas vrij slecht verstaan. Een Zwitser begreep ik, Roman als ik het goed gehoord heb. Hij loopt jaarlijks een week of 3 een deel van de camino. Maar weet nu al dat hij bij de Pyreneeën stopt. Die commerciële Kermis in Spanje,  daar had-ie helemaal geen zin in. We spraken met handen,  voeten en Frans, Duits en Engels en het was wel een ontspannen conversatie. Net als ik kreeg ook deze pelgrim erg moeie voeten van veel asfalt. Macadam noemde hij dat. Had ik lang niet gehoord, die term. Waar we ook snel uit waren: de klantgerichtheid in de Franse horeca. Denk maar niet dat je als pelgrim vroeg van start kunt; ja, zonder ontbijt kan het. Maar ontbijt serveren voor 8 uur? Meneer! Dat gaat echt niet. Hebben de Duitsers geen enkel probleem mee. Die zijn al aan het werk als jij je tanden nog staat te poetsen.
Toen werd het hoogste tijd voor mij om mijn chambre d'hote nog te halen over 15km. Wij zeiden vriendelijk gedag en tot gauw. Geen foto's gemaakt natuurlijk. Daar denk ik uren later pas aan.
Vervolgens liep ik te kauwen op die verschillen tussen Fransen en Duitsers. Naast klantgerichtheid scoren de Fransen (in mijn observatie) ook dramatisch slecht op duurzaamheid en innovatie. En hoe is het toch mogelijk dat de prijzen in de Franse horeca anderhalf tot twee keer hoger liggen dan in de Duitse? Al met al vrees ik dat Frankrijk het alleen redt door zich veel Europeser te ontwikkelen. En toekomstgerichter durven zijn.
Mijn indruk? De Duitsers hebben hun Vergangenheit nu wel bewaeltigt. Maar moeten de Fransen niet eens stoppen uitsluitend hun grand'Histoire te koesteren?
PS  Ik vond vandaag toch nog een pelgrim om te fotograferen. Hij stond onderweg naar Avallon zomaar op een muur van zomaar een huis.