woensdag 11 februari 2026

Wie JP Coen vereert kan hommeles verwachten



Op dinsdag 10 februari 2026 was het weer zover: de continuing story van Jan Pieterszn Coen in de gemeenteraad van Hoorn.
Als veteraan van de Coen-oppositie vond ik er ook wat van. De complete versie.

"Voorzitter, leden van de Raad – Verering van Coen is al minstens anderhalve eeuw omstreden en dat zal zo blijven. Een knoop doorhakken is een illusie.

In het NoordHollands Dagblad van 9 februari lees ik over het voorstel van Ad Geerdink, voormalig directeur Westfries Museum: 'Wij zien het beeld niet als verering’, reageert een raadslid. Anderen: ’Een dolksteek in de rug naar al die Horinezen die J.P. Coen willen laten staan’. En een derde: ’Stop nu eindelijk met dat gezeur, laten staan dat beeld!’.
Het heersende beeld hier is dat kennelijk vooral de sokkel moet blijven, zodat we kunnen opkijken naar deze erflater van onze beschaving.

Ik zou zeggen: Keep on dreaming.   Kort nadat in 1893 de sokkel was geplaatst schreef een nederlands historicus – Van der Chijs al: “Er kleeft bloed aan zijn handen – 

als het beeld niet was neergezet valt te betwijfelen of dat nu nog zou gebeuren.”  (dit citaat komt uit Vloek vd Nootmuskaat van Ghosh).

 

In 1931 schreef een van onze bekendste schrijvers, Slauerhoff, een kritisch toneelstuk over Coen. Opvoering ervan werd in 1948 (politionele acties!) en in 1961 (Nieuw-Guinea!) verboden.

Toen in 1937 Coen's 350e geboortedag werd gevierd (jawel) verwees Colijn naar “De almachtige God die in het leven van een volk mannen als Coen doet voortkomen om zijn wil op aarde te volbrengen”.  Daar tegenover noemde in hetzelfde jaar het echtpaar Romein, befaamde geschiedkundigen, dat “als je Coen’s daden wilt eren, je ook het bijbehorende prijskaartje moet aanvaarden, nl. de vloek van duizenden ongelukkigen”.

Bijna 40 jaar geleden moest de 400-ste verjaardag (1987) van Coen gevierd worden, maar een breed appel van tientallen organisaties – van buurthuis tot bibliotheek en van vakbond tot vrouwenhuis – oefende op dat voornemen zware kritiek uit.


In de Oosterkerk bood bij die gelegenheid de toenmalige museumdirecteur Ruud Spruijt Prins Claus een boek aan over Coen. En ook toen was er strijd, ik citeer NRC van 20 mei 1987: 'Molukkers hebben gisteren met pamfletten geprotesteerd tegen de verering van JP Coen. Tijdens de bijeenkomst in de kerk verspreidden zij pamfletten om de aandacht vestigen op de slachtingen die Coen destijds onder de Molukse bevolking heeft aangericht'  (De afbeelding toont Moluks kunstenaar en demonstrant Willy Nanlohy met Claus).


                                                                            

Vijftien jaar geleden was er ook al een flinke strijd in de kwestie Coen-verering: het burgeriniatief dat eindigde met een info bordje, een nagebootste rechtszaak met Maarten van Rossum en een heuse glossy (zie afbeelding). En nu staan we hier weer.                         Het gaat nooit over".
Tot zover mijn verhaal bij de Raad. Wie het verslag van het raadsdebat in het NoordHollands Dagblad wil nalezen, dat kan hier.

UPDATE   Interview Burgemeester Nieuwenburg met terugblik op het raadsdebat.